u bent hier: 
home  > onderzoek

onderzoek

Algemeen

De opleidingen architectuur, interieurarchitectuur en stedenbouw & ruimtelijke planning zijn academische opleidingen die gedragen worden door onderzoek.
Een groot deel van de docenten doet aan onderzoek of  is actief betrokken bij lopende onderzoeksprojecten en dit intern of in (internationale) samenwerkingsverbanden. Dit onderzoek vormt een essentiële onderbouwing van het onderwijs en draagt bij tot de academische kwaliteit ervan.

Zowel in de bachelor als in de masteropleidingen krijgen gespecialiseerde inhouden als resultaten van deze onderzoeken een plaats in electives, (keuze) cursussen en workshops.
Reeds in de bachelor worden studenten ingewijd in de onderzoeksmethodologie. De basismethodiek voor de studie van bronnen, het gebruik en vermelden ervan, de wegen om zich te documenteren en de basisregels voor het schrijven van verhandelingen in de verschillende disciplines worden aangeraakt.
In de masteropleidingen krijgen studenten de kans deze onderzoekspraktijk verder te ontwikkelen door het schrijven van een verhandeling van 4000 à 5000 woorden. De methodologie, aangeleerd in de bacheloropleiding, kan hier verder worden aangescherpt. De verhandelingen stimuleren de zelfwerkzaamheid van de student en zijn capaciteit om een onderwerp af te bakenen en te beheersen.  Dit kan een bron zijn voor later wetenschappelijk onderzoek.
Naast de optionele verhandeling, wordt van de studenten verwacht dat ze voor verschillende opleidingsonderdelen een paper of essay maken.

Bij het beoefenen van (interieur) architectuur of stedenbouw & ruimtelijke planning en het creatieve proces dat er steeds deel van uitmaakt, is een onderzoekende ingesteldheid een vereiste. Binnen het opleidingsonderdeel 'ontwerpen' wordt deze houding aangeleerd en aangescherpt.
Deze onderzoekende ingesteldheid is een vorm van doe-denken die een continue reflectie eist in de kern van de scheppende activiteit. Onderzoek is vanuit dit perspectief een soort ingenesteld proces dat zich niet zozeer volgens geijkte wetenschappelijke methoden, maar eerder empirisch voltrekt en een belangrijk reflectief aspect bevat.
Daar waar in de architectuurpraktijk dit onderzoek vaak gebonden blijft aan de concrete situatie van de opdracht kan ze zich in een onderwijsmilieu ontwikkelen als een bewuste strategie en vorm van hypothesevorming. Dit hele proces krijgt een kwalitatieve en voor het onderzoek essentiële meerwaarde wanneer tot een vorm van explicitering wordt overgegaan. Het ARC (Architectuur Reflectie Centrum) zal hierbij een belangrijke rol spelen.
In de masteropleidingen vormen de trajecten het middel bij uitstek voor de integratie Onderzoek-Onderwijs-Ontwerpen.

In de professionele bacheloropleiding Interieurvormgeving maken de studenten kennis met het projectmatig onderzoek.
De thema's worden behandeld binnen het atelier, in samenwerking met andere opleidingsonderdelen via projectmatige opdrachten. Zowel studenten als docenten worden tijdens de opleiding optimaal betrokken bij het onderzoek.
De studenten nemen over de hele lijn actief deel aan het onderzoek door : kennisinput via lezingen, presentaties, naslagwerken, het toepassen en toetsen van ruimteontwerpen, het visualiseren en expliciteren van de resultaten.
De structurele opbouw van het project laat toe stapsgewijs dieper in te gaan op de materie. De kennisinput dient als voedingsbodem voor de ontwikkeling van nieuwe ideeën of toepassingen binnen de atelierpraktijk, die door overleg en terugkoppeling met zowel de wetenschappelijke wereld als het werkveld getoetst kunnen worden.

organisatie onderzoek

De onderzoeksraad (ORA) verzorgt de dagelijkse sturing, opvolging en evaluatie van het onderzoek. Steeds meer docenten worden ingeschakeld in onderzoeksactiviteiten. De ORA adviseert de onderzoeksvoorstellen en verzekert de binding met het onderwijsbeleid.

De Permanente Onderwijscommissies (POC's) en de ORA worden ondersteund door de dienst Onderwijs en Onderzoek.

Algemeen kader

Decretale zending

Hogescholen zijn, in het belang van de samenwerking, terzelfdertijd werkzaam op het gebied van het onderwijs, de maatschappelijke dienstverlening en het projectmatig wetenschappelijk onderzoek in het kader van een samenwerking met binnenlandse of buitenlandse hogescholen, universiteiten of derden.

Het verstrekken van onderwijs is de kerntaak van de hogeschool.

Het onderwijs in de basisopleidingen van twee cycli is van academisch niveau en dus gestoeld op wetenschappelijke kennis. In het geheel dragen zij bij tot de algemeen menselijke vorming en zijn ze in het bijzonder gericht op de toepassing van de wetenschappen, het zelfstandig denken en het ontwikkelen van de creativiteit.

Projectmatig wetenschappelijk onderzoek is dat onderzoek waarbij vooraf het onderwerp, de duur en de modaliteiten worden vastgelegd.

Een hogeschool kan samenwerkingsakkoorden afsluiten met één of meerdere andere partners, inzake projectmatig wetenschappelijk onderzoek.

In dit kader kan een lid van het onderwijzend personeel belast worden met een onderwijs- en/of onderzoeksopdracht, zelfs aan een samenwerking met een andere instelling, echter met zijn toestemming.

Departementale invulling

Het departement biedt voor de evenwichtige uitbouw van zijn drie opdrachten (onderwijs, onderzoek en maatschappelijk dienstverlening) een eigen denkkader en de nodige middelen aan. Onderzoek is een eigen taakgebied dat naast onderwijs en maatschappelijke dienstverlening een eigen discursieve orde vormt, een specifieke taal voert en een eigen finaliteit bezit.

De architectuur als discipline vereist en het departement als instelling wenst haar onderwijs wetenschappelijk blijvend te onderbouwen, en dit in een open samenwerking met andere partners.

Door de grote dynamiek in het veld van architectuur en stedenbouw zijn een permanente ondersteuning door onderzoek en een hierop gebaseerde didactische vernieuwing absoluut noodzakelijk.

Om een hoog academisch niveau van onderzoek te waarborgen steunt het Departement slechts een beperkt aantal onderzoeksprojecten, op initiatief en onder leiding van hiertoe geaccrediteerde academici. Hiertoe worden de nodige middelen ter beschikking gesteld via tijd (opname in prestatieregeling), infrastructuur (onderzoeksruimte, ondersteunend personeel en uitrusting) en een eventuele startfinanciering.

Volgende operationele doelstellingen van het architectuuronderzoek staan voorop:

- de relatie maatschappij-architectuur prospectief verkennen op een meer operationele wijze dan via de opleiding alleen mogelijk is; verkennen van de kern van het architectuurgebeuren zelf enerzijds en van architectuur in de brede betekenis van het woord via mantelwetenschappen anderzijds;

- bijdrage leveren tot de ontwikkeling van architectuurwetenschap op het forum van de academische gemeenschap en van de betrokkenen bij het architectuurgebeuren in de praktijk zowel experimenteel als beroepsmatig;

- verrijken van een dynamisch en theoretisch inzicht in het fenomeen architectuur als voedingsbron voor de vernieuwing van de onderwijsmethodologie in de opleiding tot architecten.

In principe zit het onderzoek vervat in een extern netwerk met andere instellingen en is het extern gefinancierd.

De (deel)resultaten worden geregeld maatschappelijk getoetst via publicaties bij externe uitgevers, colloquia of tentoonstellingen.

Bij alle publicaties voortvloeiend uit het onderzoek wordt uitdrukkelijk verwezen naar het Departement Architectuur Sint-Lucas van de Hogeschool voor Wetenschap & Kunst dat op haar beurt de onderzoekers en onderzoeksprojecten de nodige bekendheid zal geven op het publieke forum.

Beleidsvoering

Onderzoek gebeurt onder de eindverantwoordelijkheid van het departementshoofd. Opzet en ondertekening van ontwerpen en verbintenissen met projectleiders en externe instanties behoren tot zijn bevoegdheid.

De uitbreiding van onderzoekscompetenties, het begeleid ontwikkelen van nieuwe onderzoekspotenties en het ontsluiten van nieuwe onderzoeksdomeinen en samenwerkingsverbanden, het aangaan van nieuwe onderzoeksverbintenissen wordt door het departementale beleid bovendien in een langetermijnperspectief gestuurd en geëvalueerd.

De dagelijkse sturing, opvolging en evaluatie van het onderzoek gebeurt door een daartoe opgerichte onderzoeksraad.

De Onderzoeksraad bestaat uit het departementshoofd, de stafleden en vijf doctores verbonden aan het Departement. Hij kan waar nodig een beroep doen op externe deskundigen.

 

De Onderzoeksraad heeft als taken:

- stimuleren van een positief onderzoeksklimaat aan het Departement;

- adviseren van de onderzoeksvoorstellen, de overeenkomsten met de projectleiders en de besteding van het Onderzoeksfonds;

- bewaking van het onderzoeksprofiel eigen aan het Departement, van de kwaliteit van het onderzoek met eventuele stopzetting van lopend onderzoek dat niet beantwoordt aan de vooropgestelde doelstellingen;

- verzekeren van de noodzakelijke binding met het onderwijsbeleid.

De onderzoeksraad zal zijn taak loyaal uitoefenen binnen de uitgangspunten en het kader van implementatie zoals door het beleid aangegeven.

Een bijzondere taak ligt in het zoeken naar effectieve vormen van onderzoekssamenwerking tussen praktijkdocenten en docenten van de theoretische disciplines, met het oog op de ontwikkeling van architectuur als een academische discipline; anderzijds in het zoeken naar vormen van doorstroming van de verworven onderzoekscapaciteit, waardoor voor de uitbouw van een onderzoekstraditie een duurzaam spoor kan gevormd worden.

Logistiek

Het departement voorziet in de nodige huisvesting voor de onderzoeksactiviteiten, en wel zodanig dat een positief onderzoeksklimaat en een uitwisselingsplatform in de hand wordt gewerkt.

De Dienst Onderwijs en Onderzoek zorgt voor de logistieke steun.

De Archief- en Documentatiedienst staat ter beschikking  van het onderzoek, ontvangt de waardevolle nalatenschap van alle onderzoeksprojecten en maakt deze blijvend toegankelijk voor de schoolgemeenschap.

Het Departement kan gelet op zijn financiële beperkingen het onderzoek, behoudens eventuele, beperkte startkosten, in principe niet financieren uit eigen middelen. Er wordt beroep gedaan op de beschikbare en passende externe fondsen; deze worden in de projectomschrijving vermeld.

Een eigen Onderzoeksfonds kan instaan voor de beperkte begeleidende en startkosten. Dit fonds wordt gespijsd uit de gewone begroting van het Departement, uit overheadkosten van de onderzoeksprojecten zelf en sponsoring en mecenaat.

 

Contact

Dienst Onderwijs en Onderzoek
Diensthoofd Katrien Vandendorpe
tel. 09 267 94 46

katrien.vandendorpe@architectuur.sintlucas.wenk.be